vrijdag 4 april 2025

Hervorming publieke omroep: minder bestuurders, eenvoudiger bestel

Minister Eppo Bruins (OCW) wil de publieke omroep eenvoudiger inrichten. Zo wil hij dat de huidige omroepen opgaan in vier of vijf omroephuizen naast de NOS. Deze omroephuizen komen blijvend in het bestel. De huidige systematiek van erkenning, toetreding en uittreding van omroepen vervalt. Het hebben van een vereniging en een bepaald aantal leden is niet meer verplicht. Bruins wil minder bestuurders, vaste bestuurstermijnen en meer vaste aanstellingen voor medewerkers.

In de gewijzigde Mediawet wordt vastgelegd dat omroepen gezamenlijk de perspectieven, geluiden en behoeften van de samenleving in het aanbod een plek moeten geven.

Omroepen worden op onafhankelijke wijze beoordeeld of zij nieuwe geluiden vertalen in aanbod.
De 11 huidige omroepverenigingen worden ondergebracht in vier of vijf omroephuizen, naast de NOS.
Elk omroephuis krijgt een bestuur en een Raad van Toezicht met maximale zittingstermijnen. Omroephuizen nemen de rol van de huidige omroepverenigingen over. Makers zijn in dienst van het omroephuis dat verantwoordelijk is voor de invulling van het programma-aanbod.
Het budget wordt op een heldere manier verdeeld over minder omroephuizen dan dat er nu omroepen zijn. Hierdoor kunnen meer medewerkers een vast contract krijgen. Omroephuizen en hun makers krijgen meer grip op welke programma’s ze kunnen maken. Dat zorgt voor meer baanzekerheid en daarmee voor sociale veiligheid.

De NTR zal niet in één omroephuis opgaan. In een zorgvuldig vervolgproces zal goed gekeken worden hoe het mooie en waardevolle type aanbod dat door de medewerkers van de NTR gemaakt wordt een plek krijgt in het bestel.

De NPO verdeelt budgetten niet altijd meer op basis van individuele programmavoorstellen. De NPO behoudt een coördinerende rol maar kan deze lichter invullen doordat er minder spelers zijn.

Omroephuizen bepalen net zoals de omroepen nu zelf de inhoud van de programma’s. Zogenoemde buitenproducenten (commerciële bedrijven die niet tot het bestel horen) moeten hun ideeën rechtstreeks bij hen pitchen, dit kan niet langer via de NPO.

Het Commissariaat wordt de enige externe toezichthouder binnen de sector. De enkele toezichttaken die bij de NPO liggen gaan naar het Commissariaat.

Een aantal thema’s moet nog nader worden uitgewerkt, bijvoorbeeld de rolverdeling tussen omroepen en de NPO en de clustering van de huidige ledenomroepen in de omroephuizen. Daarover gaat de minister met de NPO, omroepen, het Commissariaat voor de Media en de Raad voor Cultuur in gesprek. Ook consulteert hij commerciële partijen over de onderwerpen van de hervorming die hen raken.

De minister gaat op 14 april met de Tweede Kamer in gesprek over de voorstellen. In het voorjaar van 2026 gaat een wetsvoorstel om de Mediawet aan te passen in internetconsultatie. De hervorming treedt naar verwachting in 2029 in werking.

dinsdag 17 september 2024

Meeste Nederlanders kijken vaker streamingdiensten dan tv

De opmars van streamingdiensten zorgt ervoor dat het aantal mensen met tv-abonnementen ieder jaar een stukje verder daalt. Uit onderzoek van prijsvergelijker Pricewise in samenwerking met Panel Wizard blijkt dat 79 procent van de jongeren onder de 30 jaar meer televisiekijken via streamingdiensten dan via de vaste kanalen op televisie.

Streamingdiensten bestaan al langer, maar het gebruik is vooral de afgelopen jaren enorm toegenomen. Ook het aantal ‘cable cutters’ is hiermee toegenomen. Dit zijn mensen die hun normale televisie opzeggen, omdat ze de voorkeur geven aan streamen.

Het zijn lang niet alleen jongeren meer die minder ‘normale’ televisiekijken. Uit onderzoek van Pricewise blijkt dat 74 procent van de Nederlandse bevolking tussen de 30 en 39 jaar meer televisie kijkt via streamingdiensten dan via vaste kanalen. Ook bij volwassenen tussen de 40 en 49 jaar zien we dat meer dan de helft (58,3 procent) liever televisie kijkt via online platforms dan vaste kanalen. Zelfs een klein deel van de zestigplussers (18,1 procent) kijkt liever naar streamingdiensten dan naar vaste kanalen op de televisie.  

Ook blijkt uit onderzoek dat de meeste Nederlanders meer dan één streamingdienst hebben. Bijna 63 procent (62,8) van de jongeren onder 30 jaar nemen twee of meer streamingdiensten af. Het begint vaak met Netflix, maar ondertussen heeft het merendeel ook een account bij Videoland, Disney+, HBO Max, Prime Video of Viaplay.

Meer streamen lijkt een logische reden om de kabel van de tv-decoder ‘door te snijden’ (cable cutting) en het normale televisieabonnement op te zeggen. Toch overweegt een groot deel van mensen ouder dan 40 het televisieabonnement nog niet op te zeggen (68,6 procent). Iets meer dan een derde van de jongeren onder de 30 jaar (35,4 procent) overweegt ook om het vaste televisieabonnement nog niet op te zeggen. Een televisieabonnement kost gemiddeld 15 euro per maand. Dit is goedkoper dan twee streamingdiensten samen.  
 
Netflix, Videoland en andere streamingdiensten hebben hun prijzen de afgelopen tijd allemaal verhoogd. Twee streamingdiensten samen kosten opgeteld gemiddeld bijna 23 euro per maand voor standaardabonnementen. Waar een basis Netflix abonnement in 2021 nog maar 11,99 euro kostte, betaal je nu 13,99 voor datzelfde abonnement. Netflix is de grootste streamingdienst in Nederland, gevolgd door Videoland. Bijna 50 procent van alle Nederlandse huishoudens heeft een Netflix abonnement. Disney+ is de derde grootste streamingdienst in Nederland. Amazon Prime en Viaplay hebben ook een groot aandeel op de Nederlandse markt.

vrijdag 3 maart 2023

ACM verbiedt overname Talpa door RTL definitief

De Autoriteit Consument & Markt (ACM) verbiedt de overname van Talpa door RTL omdat er anders een te machtige partij ontstaat in het medialandschap. De toezichthouder licht zijn eerder genomen besluit vandaag toe.

Als de overname door zou gaan leidt dat tot hogere prijzen voor televisieadvertenties en voor de doorgifte van de zenders via telecommunicatiebedrijven. Uiteindelijk komen die hogere prijzen bij de consument terecht. RTL en Talpa hebben in december nog voorstellen gedaan om de problemen weg te nemen. Maar die oorstellen zijn volgens de ACM onvoldoende.

Als RTL en Talpa samen zouden gaan, hebben adverteerders weinig andere mogelijkheden om op televisiezenders te adverteren. Dat zou betekenen dat RTL/Talpa de prijzen kan verhogen. Daarbij is de Ster met haar reclame op de publieke (NPO)zenders niet in staat voldoende tegenwicht te bieden. Hogere advertentieprijzen leiden uiteindelijk tot hogere prijzen voor consumenten.

Adverteerders en mediabureaus hebben aangegeven dat zij nog steeds grote verschillen zien tussen online advertenties en advertenties op televisie. Zij geven ook aan dat reclame op televisie cruciaal is voor de marketing van producten voor consumenten. Dat betekent dat als de prijzen van televisie-advertenties stijgen, adverteerders niet kunnen uitwijken naar online advertenties. De prijzen van online advertenties houden de prijzen van televisieadvertenties dan ook niet in toom, in ieder geval op dit moment en in de komende jaren. Daardoor zou de combinatie RTL/Talpa de prijzen voor televisiereclame ongestraft kunnen verhogen.

De ACM ziet ook dat bedrijven steeds meer geld besteden aan online reclame. Maar dat gaat meestal niet ten koste van hun advertentiebudgetten voor radio of televisie. De ACM verwacht dat televisiereclame ook komende jaren in Nederland een belangrijke en een zelfstandige markt blijft.

Telecomaanbieders zoals KPN of VodafoneZiggo, nemen commerciële tv-zenders op in hun zenderaanbod. Ze zouden na de overname niet om RTL/Talpa heen kunnen. Dat is nu al lastig, want het opnemen van RTL of Talpa in het zenderaanbod betekent dat consumenten naar een andere telecomaanbieder gaan. Als de overname door zou gaan, dan verslechtert de onderhandelingspositie van telecomaanbieders. De combinatie RTL/Talpa kan na de overname dan ook hogere prijzen rekenen. Dat betekent, zegt de ACM, dat consumenten meer gaan betalen voor een televisieabonnement.

woensdag 4 mei 2022

Paul de Leeuw draagt werkarchief over aan Beeld & Geluid


Beeld & Geluid ontving het werkarchief van Paul de Leeuw uit handen van de televisiepresentator en producent MediaLane. Dat maakte De Leeuw vanochtend bekend in zijn podcast De Leeuw lult verder, op NPO Radio 5. De collectie omvat onder andere scripts, setfoto’s, repetities, opnamen van zijn radioprogramma’s en vele video’s.
 
Dankzij de collectie worden onderzoekers en makers een complete blik gegund op de processen van een van Nederlands bekendste makers Paul de Leeuw. Scripts, repetities, (out)takes en losse camera-opnamen (iso's) van meercamera-programma's laten nauwkeurig De Leeuws werkproces zien. Zo beschikt het instituut voor media door deze schenking onder andere over materiaal van Bob’s Palace (later De scheeuw van de leeuw), repetities van de populaire sitcom Seth & Fiona, de radioshow De Leeuw wordt wakker en takes van Bob en Annie uit De schreeuw van de leeuw. Ook De Leeuws cabaretvoorstelling 'Wie plukt mij', die nooit is uitgezonden, is onderdeel van de schenking.
 
Een deel van het werkarchief is inmiddels gedigitaliseerd en te vinden via DAAN, het digitale archief van Beeld & Geluid.

maandag 2 mei 2022

Ster in 2021 een omzet gerealiseerd van 200 miljoen euro

 

Ster droeg in 2021 187 miljoen euro bij aan de mediabegroting van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor de publieke omroep, een stijging ten opzichte van een jaar eerder.

De afdracht van 187 miljoen euro aan het ministerie is 34 miljoen euro hoger dan over 2020, 22 miljoen euro meer dan begroot door het ministerie en 16 miljoen euro meer dan begroot door Ster. In totaal heeft
 
Deze stijging heeft meerdere oorzaken, zo konden de door COVID-19 verschoven evenementen, zoals het EK voetbal en de Olympische Spelen, in 2021 wel plaatsvinden. Deze evenementen boden organisaties legio mogelijkheden om een groot publiek te bereiken.
 
Op radio blijven vraag en omzet eveneens stijgen; de omzetresultaten liggen hier tot nu toe duidelijk boven die van het eerste kwartaal van 2021.
 
Tegelijkertijd met deze groei in vraag wordt in 2022 gestart met de geleidelijke afbouw van de commerciële televisiereclamezendtijd op de publieke omroep, zoals is bepaald door het kabinet. Tot 2027 wordt stapsgewijs toegewerkt naar een halvering van het jaarlijks wettelijk toegestane maximum aantal televisiereclameminuten, van 10 procent naar 5 procent, op de lineaire tv-aanbodkanalen van de NPO.