woensdag 10 september 2014

Technologie verandert tv-sector radicaal

Technologie is geen barrière meer voor hoe we content toegankelijk maken, TV kijken en reclame maken. De Nederlander heeft gemiddeld 4,3 mobiele apparaten tot zijn beschikking, de mogelijkheden van de cloud, een betere connectiviteit en de grootste keuze uit content dan ooit. Dit verandert de waardeketen binnen de TV-sector radicaal. Dit concludeert Deloitte in haar onderzoek dat zij samen met GfK en SPOT uitvoerde en dat de impact van nieuwe technologieën op het kijkgedrag van Nederlanders in kaart brengt.

Door nieuwe technologieën en digitalisering verandert de waardeketen van de TV-sector. Enerzijds innoveren bestaande spelers, anderzijds wordt de sector betreden door nieuwkomers zoals ‘Over the Top’ (OTT) -spelers zoals Netflix en Amazon. Zij bedreigen de status quo door zich op te werpen als producenten. Daarnaast stomen kabelmaatschappijen op door te investeren in content en het nemen van participaties in omroepen. “Dit alles vergroot de keuzemogelijkheden van de consument. Mogelijk ontstaat er daardoor een aggregator die beschikbare OTT-diensten combineert. Het spel om de beste marktposities is nog lang niet uitgespeeld, maar technologie groeit exponentieel en lange termijn strategieën van zowel producenten, omroepen als distributeurs moeten daarom nu al aangescherpt worden. Alleen dan zijn zij voorbereid op de radicale veranderingen die gaan komen,” concludeert Van der Donk.

Een van de grootste trends binnen de TV-sector is Video On Demand (VOD), wat uitgesteld kijken mogelijk heeft gemaakt. Van de ondervraagde consumenten heeft 56 procent de afgelopen maanden gebruik gemaakt van een VOD-service. Daarbij gaat het niet alleen om gratis diensten zoals Uitzending Gemist, maar ook om betaalde diensten zoals HBO en Netflix. Van de Nederlandse huishoudens heeft 9 procent, naast hun reguliere TV-betaalpakket, al een abonnement op een betaalde VOD-dienst. “Wij verwachten dat het gebruik van VOD in Nederland zeer snel toeneemt, doordat steeds meer spelers VOD zullen aanbieden. Deze groei zal echter vooral complementair aan het lineaire TV-kijken plaatsvinden,” aldus Marieke van der Donk, director en media-expert bij Deloitte.

In Nederland heeft 43 proceny van de consumenten enkel een basis TV-pakket, in 2012 was dat nog 58 procent. Daarbij is nu 24 procent abonnee van een betaal-TV dienst, 6 procnt maakt gebruik van pay-per-view TV. Long-tail kanalen, gericht op een specifieke kijkersdoelgroep, winnen ook aan marktaandeel. Hier maakt 9 procent gebruik van en 12 procent heeft een premium TV- of VOD abonnement. Ook zegt de helft van de Nederlandse consumenten bereid te zijn om 10 euro voor een extra TV-kanaal te betalen dat hun interesse heeft, daarbij gaat het vooral om films, misdaadseries en sport.

TV kijken heeft een belangrijke sociale factor. De helft van de Nederlanders kan zich geen leven zonder tv voorstellen en een ruime meerderheid kijkt ter ontspanning. Ook kijken Nederlanders graag samen met anderen. Mede daardoor zijn social media een grote rol gaan spelen in deze sector. Ruim een derde van de Nederlanders stuurt wel eens een bericht naar anderen die naar hetzelfde programma kijken. Onder jongeren van 13-17 jaar is deze groep dubbel zo groot, namelijk 69 procent. “De waarde van TV is onder meer door social media toegenomen. Door social media kunnen TV-zenders draagvlak voor programma’s versterken, maar dit is zeker ook interessant voor multi-screen adverteerders. Door het toenemend aantal apparaten en nieuwe technologieën worden consumenten en adverteerders nog beter bediend dan voorheen en zijn zij ook beter in staat om rechtstreeks met elkaar te communiceren,” aldus Van der Donk.

 

woensdag 20 augustus 2014

'Het NPO-merk als optelsom van al het moois van de Nederlandse Publieke Omroep'

Vanaf deze heten de radiozenders en televisienetten van de Nederlandse Publieke Omroep anders. Een naamsverandering die nogal wat losmaakte. Bestuurder Shula Rijxman van de NPO geeft antwoord op een aantal vragen. 

Veel mensen vragen zich af waarom dit eigenlijk nodig is.
De mediawereld om ons heen verandert in snel tempo. Jongeren kijken steeds minder vaak programma’s op televisie en steeds meer online. Op deze ontwikkeling speelt de Nederlandse Publieke Omroep tijdig in. In dit mediageweld zijn er namelijk maar een beperkt aantal plekken te vergeven. Op de smart-tv is bijvoorbeeld maar 1 knop beschikbaar voor alle programma’s van de Nederlandse Publieke Omroep.

Maar toch: iedereen kent Nederland 1 en Radio 1. Het is toch bekend dat dit de publieke omroep is?
Er worden vele honderden mooie uitzendingen door de omroepen gemaakt. Grootste risico is dat ons aanbod versnippert raakt en dat het publiek het niet meer terug kan vinden. Het NPO-merk is de optelsom van al dat moois. We willen gewoon eenvoudig terug te vinden zijn. Dat verdienen die programma’s ook en dat is ook onze opdracht!

Gooien jullie niet bekende en sterke merken weg?
We gooien niets weg, er komt iets ondersteunends bij. De publieke omroep heeft verschillende sterke merken, en dat blijven ook sterke merken. Kijk maar naar de nieuwe logo’s: de 1-2-3 van de televisiezenders blijven sterk zichtbaar, de grijze NPO-ruit in het logo is juist ondersteunend aan de zenders en netten. We bundelen het met één herkenbare naam: NPO.

Waarom ziet het logo van NPO 3FM en NPO Zapp er zo anders uit?
Dit zijn zenders die zich richten op jongeren en kinderen. Het is een bewuste keuze om voor deze specifieke groep kijkers en luisteraars het logo zo vorm te geven. Dit hebben we uitgebreid onderzocht en getest onder jongeren, we hebben ze de logo’s voorgelegd en dit is het resultaat.

Het zou toch al veel eerder gebeuren?
Stapsgewijs is het NPO-merk de afgelopen maanden al doorgevoerd: de NPO-portal, de NPO-app, de NPO-themakanalen en nu als laatste stap de nieuwe logo’s op radio en tv. Het is natuurlijk wel het meest zichtbare voor kijkers en luisteraars.

Wat is de volgende stap? Verdwijnen straks de omroeplogo’s ook?
Dit is de laatste stap, het doorvoeren van het NPO-merk op radio en tv. De omroeplogo’s blijven gewoon zichtbaar in beeld. De omroepen die al die mooie programma’s maken en ook ruimte krijgen en houden om herkenbaar te zijn. Dat staat los van het NPO-merk dat al die programma’s bundelt.

Was het lastig om dit door te voeren?
Laat ik eerlijk zijn: we hebben natuurlijk best wat weerstand gehad. Veel mensen vroegen zich af waarom dit nodig was, ook bij de omroepen. Maar inmiddels is dat achter de rug en maken we met elkaar deze stap. NPO staat voor wat wij zijn: Nederlands en voor het publiek. En daar zijn we trots op en laten we ook zien!

Traditionele media worden ouderwets geconsumeerd

Traditionele media worden in Nederland nog op een traditionele wijze geconsumeerd. Tv kijken doen we via het tv toestel, de krant lezen op papier en radio luisteren via het radiotoestel. Dit zijn enkele conclusies uit de extra analyses die SPOT door René van Beers van Tilburg University heeft laten uitvoeren.

Tablets en smartphones hebben nog steeds enorme invloed op het mediagedrag. Van alle media besteden we verreweg de meeste tijd aan het tv kijken, nog altijd bijna 3 uur per dag. Aan internet besteden we 103 minuten per dag: surfen, sociale media, mailen en luisteren naar muziek.

Niet internet, maar radio is op televisie na het meest geconsumeerde medium. Gemiddeld ligt de luistertijd op twee uur per dag.

dinsdag 12 augustus 2014

NPO Plus via HbbTV alleen op Samsung televisies

De uitgesteld kijken-dienst NPO Plus is vooralsnog alleen via Samsung televisiemodellen vanaf 2013 via de HbbTV-omgeving van de Nederlandse publieke omroep (NPO) beschikbaar. Dat meldt TotaalTV. Oudere televisiemodellen van Samsung die wel HbbTV ondersteunen, kunnen alleen Uitzending Gemist weergeven. Dat geldt ook voor HbbTV-televisies van andere merken zoals LG, Sony en Philips. De NPO heeft op 24 juli een nieuwe HbbTV-omgeving in gebruik waar NPO Plus een onderdeel van is. Maar alleen met Samsung heeft de NPO overeenstemming voor het aanbieden van NPO Plus bereikt.

Aandeel uitgesteld tv-kijken neemt iets af

Het aandeel van uitgesteld tv-kijken in de totale kijkdichtheid van Nederlandse consumenten loopt iets terug. Dat bijkt uit cijfers van Stichting Kijkonderzoek (SKO). In juni ging het nog om een aandeel van 3,7 procent te zijn, met een gemiddelde kijktijd van 195 minuten. Mogelijk heeft het Wereldkampioenschap voetbal, dat plaatsvond van 12 juni tot en met 13 juli, invloed gehad op de cijfers. Deze wedstrijden werden immers live uitgezonden.