maandag 30 november 2015

Nieuwe raad van toezicht NPO bekend

De Nederlandse Publieke Omroep (NPO) krijgt per 1 januari een nieuwe onafhankelijke raad van toezicht. Voorzitter wordt Bruno Bruins. De andere leden zijn: Lizzy Doorewaard, Gala Veldhoen, Femke den Boer en Frank Vrancken Peeters. Het Koninklijk Besluit is getekend en staat binnenkort in de Staatscourant.

De raad van toezicht is door een extern wervings- en selectiebureau geselecteerd en vervolgens door een onafhankelijke benoemingscommissie voorgedragen aan staatssecretaris Dekker (Media). Reden voor de vervanging is dat de zittende raad van toezicht de maximale wettelijke termijn heeft bereikt. Op 1 januari 2016 loopt de tweede periode af en de raad van toezicht kan niet voor een derde periode worden herbenoemd.

Mogelijk worden er later nog meer leden toegevoegd aan de nieuwe raad van toezicht. Op dit moment ligt er een wetswijziging van de mediawet bij de Eerste Kamer. Daarin wordt voorgesteld om een uitbreiding van de raad toe te staan tot maximaal één voorzitter en zes leden. Dit in verband met de grotere rol en verantwoordelijkheid voor de NPO in het gewijzigde wetsvoorstel. Overigens blijft het voorzitterschap en lidmaatschap van de raad van toezicht een nevenfunctie.

vrijdag 20 november 2015

SBS test met addressable tv

Vorig jaar kondigde SBS aan een proef te starten met addressable tv. Addressable tv wordt mogelijk gemaakt door middel van HbbTV (hybrid broadcast broadband television), een technologie die televisie en internetdiensten combineert. Inmiddels is de eerste testfase afgerond met volgens SBS veelbelovende resultaten. De gebruikerservaring blijkt niet alleen zeer positief, maar zelfs de eerste aankopen naar aanleiding van HbbTV zijn al gedaan.

Integratie van lineaire en non-lineaire content wordt in de toekomst steeds belangrijker en addressable tv vormt hierin een belangrijke stap. Dit maakt het namelijk mogelijk om gericht te adverteren op televisie met persoonlijke en relevantere advertenties voor de consument als resultaat. Een uitgelezen kans voor adverteerders om de voordelen van op televisie en digitaal adverteren te combineren.

De proef bestond uit een drietal testcases met uiteenlopende doelstellingen. Achter de ‘rode knop’ was een interactieve laag te raadplegen tijdens UEFA Champions League, het SBS6-programma vtwonen en een commercial van ING. Naast de data die de pilot opleverde, werd in samenwerking met onderzoeksbureau Ipsos een uitgebreid onderzoek uitgevoerd. Zo werden door vijftig  huishoudens 6 weken lang de gebruikerservaringen uitvoerig bijgehouden in een speciale dagboekapp en bij een aantal gebruikers werd zelfs letterlijk meegekeken via Google Glass. Bovendien werden toekomstige functionaliteiten besproken in een afsluitende focusgroep.

Dit najaar konden gebruikers live tijdens de Champions League wedstrijden informatie opvragen over bijvoorbeeld balbezit, spelersopstelling en kaartsaldo. 88 procent van de testgebruikers gaf aan dat HbbTV een toegevoegde waarde is tijdens de wedstrijden en maar liefst 98 procent verwacht in de toekomst gebruik te maken van HbbTV tijdens voetbalwedstrijden.

In de tweede testcase was het mogelijk om de producten en meubels uit de desbetreffende aflevering van vtwonen meteen tijdens de uitzending te bestellen via de webshop. Uit de pilot bleek dat 75 procent van de gebruikers positief tegenover het aanschaffen van producten via tv staat. Drie op de tien verwachten in de toekomst daadwerkelijk producten aan te schaffen via hun televisie en 4 procent deed zelfs op de dag van uitzending al direct een bestelling.

De laatste testcase werd in samenwerking met Mindshare en ING opgezet. Voor een adverteerder als ING bleek HbbTV een nieuwe vorm van adverteren waarbij relevante informatie, producten en aanbiedingen snel af te stemmen zijn op specifieke kijkers. ING gaf hiermee verdieping aan haar campagne over ‘vooroplopen’ en liet hiermee zien innovatief te zijn. Drie op de tien testgebruikers gaven aan dat hun beeld van ING na de test positief is veranderd.

vrijdag 9 oktober 2015

Helft tv-tijd voor reguliere zenders

Het televisiescherm blijft centraal in Nederlandse huishoudens. De komende jaren verwachten bijna alle tv-bezitters de televisie evenveel of zelfs meer te gaan gebruiken. De toepassing van de televisie gaat echter veranderen. De tv wordt minder gebruikt voor het kijken van reguliere televisie uitzendingen en meer ingezet voor online streamingdiensten. De smart tv speelt hierin een centrale rol, zo blijkt uit de Smart Electronics Monitor, een marktonderzoek van onderzoeksbureau Multiscope onder 6.500 Nederlanders.

Regulier televisie kijken is nog altijd de belangrijkste activiteit op het televisiescherm. Ruim de helft van de totale tv tijd van een Nederlands huishouden wordt besteed aan reguliere tv zenders. Nu al wordt 12 procent van de televisietijd gebruikt voor online streamingdiensten. Met name Netflix en Popcorn Time zijn populair. Het gebruik van mediadiensten op televisie wordt steeds belangrijker. Netflix abonnees kijken nu al een kwart van de tv tijd naar Netflix.

Niet alle Nederlanders zijn bekend met de smart tv. Acht op de tien hebben weleens van smart tv’s gehoord. Momenteel heeft één op de drie huishoudens een smart tv. Het aantal smart tv’s zal in de komende jaren verder toenemen, aangezien de helft van de niet bezitters wel interesse heeft. Men wil met name een smart tv kopen als de huidige televisie het begeeft. Een belangrijke reden om een smart tv aan te schaffen is de integratie van diverse diensten in één apparaat. Door de opkomst van smart tv's moeten apparaten als Chromecast en Apple TV opnieuw hun toegevoegde waarde bewijzen. Zowel Google als Apple spelen hier op in met de aankondiging van Chromecast 2 en Apple TV 4.

Bezitters van een smart tv maken intensiever gebruik van het toestel dan bezitters van een gewone televisie. Drie van de vijf smart tv bezitters gebruiken het toestel meerdere keren per dag. Onder bezitters van een traditionele televisie is dit ongeveer de helft. Consumenten blijven de komende jaren de tv en de smart tv veelvuldig gebruiken. Nagenoeg alle consumenten met een smart tv verwachten de smart tv het komende jaar evenveel of meer te gaan gebruiken. Daarnaast verwacht 86 procent van de gewone tv bezitters het komende jaar evenveel of meer gebruik te gaan maken van het toestel.

dinsdag 22 september 2015

Commissariaat kritisch over uitvoerbaarheid plannen NPO en omroepen

Het Commissariaat voor de Media is in grote lijnen positief over het Concessiebeleidsplan van de Nederlandse Publieke Omroep (NPO), maar plaatst vanwege het ontbreken van heldere criteria en processen vraagtekens bij de uitvoerbaarheid van de geformuleerde strategische keuzes. Bovendien vergt de paragraaf met de benodigde financiële en personele middelen een betere onderbouwing, en ook moeten er concrete doelstellingen komen voor het vergroten van het bereik van specifieke doelgroepen zoals jongeren en allochtonen. Dit alles resulteert in een voorwaardelijk positief advies, blijkt uit een brief van het Commissariaat aan staatssecretaris Dekker (OCW).

In zijn rol als adviseur van het kabinet heeft het Commissariaat hetpdf-bestand  Concessiebeleidsplan 2016-2020 – getiteld ‘Het publiek voorop’ – getoetst aan de in de Mediawet vastgelegde publieke mediaopdracht. Daarbij is ook rekening gehouden met de uitgangspunten uit de Visiebrief (oktober 2014) van staatssecretaris Dekker en de beoogde aanpassing van de Mediawet. Het advies is opgebouwd langs de kernwaarden van het Commissariaat: onafhankelijkheid, pluriformiteit en toegankelijkheid.

De door de NPO in het Concessiebeleidsplan beschreven integrale distributiestrategie draagt naar het oordeel van het Commissariaat bij aan de toegankelijkheid en het bereik van het publieke media-aanbod. Er zijn echter ook verbeterpunten. Gelet op de uitvoerbaarheid van de plannen benadrukt het Commissariaat het belang van heldere criteria en processen voor de manier waarop de NPO controleert of publiek geld doelmatig wordt besteed, voor de wijze waarop externe producenten toegang krijgen tot het bestel en voor beoordeling van de vraag of de programmering voldoet aan de publieke mediaopdracht. Onafhankelijke validering van de criteria en processen is daarbij cruciaal. Het Commissariaat adviseert bovendien dat er, in lijn met de beoogde nieuwe Mediawet, een set met criteria komt op basis waarvan objectief kan worden vastgesteld of een programma een informatief, cultureel of educatief karakter heeft, of dat er sprake is van amusement.

Madeleine de Cock Buning, voorzitter van het Commissariaat voor de Media: “Ons overall oordeel over het Concessiebeleidsplan is positief, maar wel met de nodige kanttekeningen. Het ontbreken van heldere criteria kan leiden tot open eindjes en het bemoeilijkt het toezicht. Ook bevat het plan niet gekwantificeerde doelstellingen en aannames die wij niet kunnen controleren. Wat ons betreft wordt dat zo snel mogelijk nader uitgewerkt en geconcretiseerd, bijvoorbeeld in de Meerjarenbegroting of de nieuwe Prestatieovereenkomst.”

Het Concessiebeleidsplan bevat naast beleidsmatige keuzes ook een aanvraag voor een aantal nieuwe kanalen: NPO3.nl, NPO FunX Turkpop en NPO Nieuws & evenementen. Het Commissariaat is van oordeel dat deze kanalen binnen de publieke mediaopdracht passen. Wel moeten de behoefte van het publiek en de financiering van deze nieuwe kanalen nader worden onderbouwd. Overigens volgt de toetsing van de marktimpact in een later stadium. Ook NPO Plus past volgens het Commissariaat binnen de publieke mediaopdracht. Bij deze betaalde en meer uitgebreide versie van NPO Gemist behoeft vooral het effect van het abonnementsgeld op de toegankelijkheid extra aandacht. Ten aanzien van de voorgestelde beëindiging van onder andere NPO Humor TV, NPO Doc, NPO Radio 6 en diverse thematische portals en webkanalen constateert het Commissariaat dat dit past binnen de integrale distributiestrategie en het snel veranderende kijk- en luistergedrag.

Naast het Commissariaat voor de Media zal ook de Raad voor Cultuur een advies uitbrengen over het Concessiebeleidsplan en NPO Plus. De staatssecretaris zal de beide adviezen betrekken in de verdere besluitvorming.

8 procent van Nederlanders wil binnen 2 jaar tv-abonnement opzeggen

Acht procent van de Nederlanders verwacht de komende twee jaar het huidige tv-abonnement op te zeggen omdat steeds meer programma’s via internet te bekijken zijn. Dat blijkt uit een meting van onderzoeksbureau Telecompaper op basis van zijn Consumer Panel in augustus 2015.

In een half jaar tijd is het aantal Nederlanders verdubbeld dat verwacht de komende twee jaar het traditionele tv-abonnement op te zeggen. Bij de meting in januari 2015 gaf vier procent van de Nederlanders dit aan. Nog eens vijf procent van de Nederlanders stelt te verwachten op een gegeven moment over te stappen van het huidige tv-abonnement naar online kijken (al dan niet via een abonnement), alleen niet binnen twee jaar.

Er zijn duidelijke leeftijdsgebonden verschillen bij de verwachting of men wel of niet binnen twee jaar het huidige tv-abonnement opzegt.  Jongere tv-kijkers voorzien vaker dat zij hun tv-abonnement de deur uit doen. Bij de groep van 12-19 jarigen stelt 13 procent te verwachten dat dit gebeurt, bij de groep van 20-29 jaar is dat 12 procent en bij de Nederlanders van 30 tot 39 jaar is dat 11 procent.