vrijdag 8 maart 2013

Europeaan houdt vast aan traditioneel televisie kijken

Televisie kijken is wereldwijd nog steeds de meest populaire tijdsbesteding als het gaat om het gebruik van traditionele en nieuwe media door de consument.  De manier waarop mensen televisie kijken verandert echter in hoog tempo. Vooral in China en Singapore kijken consumenten televisie bij voorkeur op hun mobiele apparaat, zoals mobiele telefoon en tablet. In Europese landen, zoals Spanje, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, geeft de consument echter de voorkeur aan het traditionele televisiekijken.
Dit blijkt uit jaarlijks internationaal onderzoek van KPMG onder 9.000 consumenten naar de wijze waarop zij omgaan met digitale en traditionele media. Consumenten in landen als China, Brazilië en Singapore blijken de grootste afnemers van digitale content en zijn ook bereid daarvoor te betalen. “In deze landen schaffen consumenten in hoog tempo smartphones en tablets aan”, constateert Kees Bakker, partner bij KPMG en verantwoordelijk voor telecommunicatie & media. Bakker: 'In China en Singapore bijvoorbeeld beschikt ruim 70 procent van de onderzochte consumenten inmiddels over een smartphone en ook het bezit van een tablet is in deze landen met 51 procent respectievelijk 41 procent relatief hoger dan in de andere onderzochte landen. Wereldwijd is 53 procent van de consumenten op dit moment in het bezit van een smartphone, één op de vier mensen heeft een tablet en dat slechts 2,5 jaar na de introductie van de iPad.'
Hoewel de belangstelling voor digitale informatie wereldwijd toeneemt, blijken de nieuwe media niet in de plaats te komen van de traditionele vormen. Van de online activiteiten blijkt het bezoeken van sociale netwerksites, zoals Twitter en Facebook, en blogs het meest populair.
Consumenten in China en Brazilië blijken het meest actief in het bezoeken van sociale netwerken en het bekijken van online nieuws. Dat de traditionele media nog lang niet onderdoen voor online media blijkt ook uit het feit dat de onderzochte consumenten maandelijks gemiddeld nog altijd meer geld uitgeven aan traditionele media, zoals televisiekijken, bioscoopbezoek en het bijwonen van een sportwedstrijd of een concert, dan aan online gaming en het bekijken van evenementen via internet.
Uit het onderzoek van KPMG blijkt ook dat consumenten in toenemende mate gebruik maken van het ‘tweede scherm’. Van deze ‘multi-taskers’ combineert bijna de helft het televisiekijken met het bekijken van content op het internet. Ruim 30 procent combineert het televisiekijken met het lezen van de krant. Het gebruik van twee schermen gaat echter ten koste van de effectiviteit van televisiereclame. Voor adverteerders is het dan ook de kunst om de aandacht van de consument te vangen met campagnes die de verschillende media-kanalen bestrijken. Dat kan bijvoorbeeld door ook gebruik te maken van Twitter en Facebook.
In landen als China en Brazilië zal dat gemakkelijker lukken dan in Europa. Vergeleken met Europa hebben consumenten in deze landen minder aversie tegen advertenties op hun mobiele apparaat als ze in ruil daarvoor goedkopere producten of gratis content kunnen krijgen. Overigens dwingen de sterk toenemende kosten van mobiel dataverkeer de mobiele operators ertoe om vergoedingen te vragen van de aanbieders van content of van andere partijen die met succes inkomsten genereren uit het dataverkeer.”

dinsdag 5 maart 2013

Tv kijken doen we vooral thuis

Het percentage tv bezit is in 2012 was volgens de SKO 98 procent. Het gemiddeld aantal toestellen per huishouden is 1,7 toestel. Deze percentages blijven vergelijkbaar met voorgaande jaren. In 2012 zegt 41 procent van de 13-plussers wel eens buitenshuis naar televisie te kijken. Dat is vergelijkbaar met 2011. In verreweg de meeste gevallen is dit bij anderen thuis. Bijna een derde van de 13-plussers kijkt wel eens televisie als gast bij anderen (32 procent). Vier procent kijkt wel eens televisie in een vakantiehuis of tweede woning. Ongeveer vier procent kijkt televisie in een café, op het werk of ergens anders.
Uit de rapportage van het SKO blijkt dat 76 procent van de Nederlandse huishoudens digitale televisie ontvangt op een van de aanwezige toestellen. Het totale percentage digitale ontvangst is significant gestegen ten opzichte van 2011. Ruim een derde van de huishoudens (37 procent) heeft een harddisk recorder. Dit percentage is gegroeid in 2012. De toename wordt vooral veroorzaakt door een sterke toename van digitale decoders met harddisk, die in 2012 in bijna 1 op de 5 huishoudens te vinden zijn (18 procent). Elf procent van de huishoudens heeft internettoegang via het televisietoestel (‘Connected TV’). Het percentage internet toegang via de computer is vergelijkbaar stabiel ten opzichte van n 2011 (89 procent van alle huishoudens).
Sinds de opkomst van breedband internet en mobiele apparaten als de smartphone en tablets hebben
Nederlanders meer mogelijkheden om naar televisieprogramma’s en andere televisiecontent te
kijken. In 2012 zegt 36 procent van de personen van 13 jaar en ouder wel eens naar televisieprogramma’s via andere apparaten te kijken. Vanaf het tweede halfjaar van 2012 wordt ook in de MSS specifiek gevraagd naar de frequentie en het type apparaat waarop de televisieprogramma’s worden gekeken. Omdat de gerapporteerde halfjaarcijfers gebaseerd zijn op een kleinere steekproef, dienen deze resultaten met enige voorzichtigheid geïnterpreteerd te worden.

woensdag 13 februari 2013

Naar een compacter omroepbestel

De publieke omroep telt vanaf 2016 nog maximaal 8 omroeporganisaties. Nu zijn dat er nog 21. Vandaag is het wetsvoorstel, waarin dit geregeld wordt, naar de Tweede Kamer gestuurd. Er zijn zes omroepen die vrijwillig willen fuseren: AVRO/TROS, VARA/BNN en KRO/NCRV. Die fusies zorgen ervoor dat er minder versnippering komt in Hilversum. De fusies zijn nodig om een groot deel van de al ingeboekte bezuinigingen van Rutte I van 127 miljoen op de publieke omroep te realiseren. In de Mediawet stelt staatssecretaris Dekker (Media) verder een andere budgetverdeling voor. Omroepen krijgen een basisbudget van 50 procent. De rest van het budget kunnen zij verdienen via creatieve competitie. Nog meer dan voorheen moeten immers de beste programma’s gemaakt worden en telt niet alleen hoeveel leden een omroep heeft. Er is geen apart budget en de zendtijd meer voor levensbeschouwelijke omroepen (zogenaamde 2.42 omroepen).
De wet legt het eerdere voorstel van de Nederlandse Publieke Omroep en het college van omroepen vast. Er ontstaan 3 samenwerkingsomroepen (KRO/NCRV, TROS/AVRO, en VARA/BNN), twee taakorganisaties (NOS en NTR) en drie zelfstandige omroepen (EO, MAX, VPRO). Er worden dus maximaal 8 erkenningen vergeven aan deze combinaties. Dekker: 'Juist in tijden van bezuiniging is het van belang dat zo min mogelijk belastinggeld blijft hangen in organisaties, bureaus en gebouwen en zoveel mogelijk wordt besteed aan het maken van onderscheidende programma’s. Met minder omroepen kun je dat beter organiseren.'
In 2016 kunnen nieuwe aspirant omroepen toetreden tot het bestel. Zij moeten zich eerst aansluiten bij de NTR en later, als een plaats in het bestel is verdiend, bij een van de andere omroeporganisaties. De huidige aspirant-omroepen (PowNed en WNL) moeten eerst nog definitief worden toegelaten. Zij worden inhoudelijk getoetst en moeten tenminste 150.000 leden te hebben. Als zij definitief worden toegelaten tot het bestel dan moeten zij zich aansluiten bij een van de erkende omroeporganisaties.
De publieke omroep zal in de toekomst met minder geld hoogwaardige programma’s moeten blijven maken. Scherpe keuzes zijn daarvoor noodzakelijk. Volgens Dekker moet meer dan ooit het belang van een evenwichtige totaalprogrammering voorop staan. Daarbij past geen budgetverdeling meer die grotendeels is gebaseerd op individuele missies en ledenaantallen van de verschillende omroepverenigingen. Elke omroepvereniging krijgt daarom een basisbudget om zo een minimaal aantal uren uit te zenden. Omroepen die vrijwillig fuseren, krijgen het dubbele basisbudget en een fusiebonus. Daarmee is er een solide basis om goede programma’s te blijven maken. Voor een sterke publieke omroep is stevige coördinatie vanwege het gezamenlijk belang onontbeerlijk. Daarom wordt het vrije programmabudget waarop de raad van bestuur van de NPO stuurt, 50% van het totale budget dat beschikbaar is voor erkende omroeporganisaties. Nu is dat nog 30%. Omroepen die voorstellen doen die bijdragen aan de kwaliteit van de landelijke publieke omroep als geheel, kunnen hierdoor meer budget krijgen. Zo ontstaat meer competitie op creativiteit en kwaliteit, wat uiteindelijk zorgt voor betere programma’s en een sterkere publieke omroep
Het kabinet heeft het budget van de levensbeschouwelijke omroepen op nul gezet (zogenaamde 2.42 omroepen). Nu er geen apart budget meer is voor deze organisaties, ligt het niet voor de hand om de levensbeschouwelijke omroepen apart in stand te houden. Levensbeschouwing is en blijft echter een wettelijke taak voor de gehele publieke omroep. Dekker gaat met de raad van bestuur van de NPO afspraken maken over een goede inbedding van levensbeschouwelijke programma’s en de betrokkenheid van genootschappen.
'De toekomstige publieke omroep is compacter en wendbaarder en kent hoe dan ook minder spelers. Dit wetsvoorstel is daarvoor een belangrijke en noodzakelijke stap', aldus Dekker. De volgende stap is een technische uitwerking van de bezuiniging van 100 miljoen (Rutte-Asscher). Verder werkt de staatssecretaris aan een verkenning naar de toekomst van de publieke omroep. De opzet hiervan zal voor de zomer aan de Tweede Kamer worden gestuurd.

dinsdag 12 februari 2013

SKO: teleleviescherm blijft dominant

De TV blijft het belangrijkste scherm. Per etmaal wordt 77 procent van alle minuten AV-content via het televisiescherm bekeken, zo meldt de Stichting Kijkonderzoek. Via computers wordt per etmaal 18 procent van alle videominuten bekeken. Voor smartphone en tablet liggen beide percentages op slechts 3 procent.
Van alle Nederlanders van 13 jaar of ouder kijkt 38 procent wel eens via de smartphone naar audiovisueel materiaal. 24 procent zegt wel eens via een tablet te kijken. Dat laatste is een verdubbeling ten opzichte van 2011. Dit is vooral het gevolg van de groeiende penetratie van dit soort apparaten. Het percentage van het totale kijkvolume blijft bescheiden met 6 procent voor beide apparaten samen.
User generated content blijft het domein van de smartphone, met 59 procdent van de totale kijktijd op het betreffende apparaat.

dinsdag 22 januari 2013

Ellen Blazer overleden

Programmamaker en regisseur Ellen Blazer, jarenlang de sturende kracht achter Sonja op Zaterdag, is op 81-jarige leeftijd overleden. Blazer werkte voor de VARA van 1956 tot 1996 en vanaf 1977 maakte ze met Sonja Barend 570 live-uitzendingen. Toen Blazer in 1996 met pensioen ging, stopte Barend met haar programma. Blazer was echter ook het brein achter bekende tv-programma's als Twee voor Twaalf en Per seconde wijzer.
Haar loopbaan begon ze overigens bij de Wereldomroep als assistente op de afdeling klassieke muziek in dienst. Ook werkte ze als scriptgirl onder andere voor het eerste Eurovisie Songfestival in 1959.

De VARA zendt vrijdagavond rond middernacht op Nederland 1 een documentaire uit die Coen Verbraak in 2011 maakte over Blazer. De titel is Ellen Blazer: schitteren in de schaduw.